Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

‘Beelden zijn absoluut niet objectief’

Foto: ‘Beelden zijn absoluut niet objectief’

Ons waarnemingsvermogen is beperkt en beelden zijn niet objectief. Met alle consequenties voor de waarheidsvinding in het strafproces, waarschuwt onderzoeker visuele criminologie dr. Gabry Vanderveen (Universiteit Leiden).

Visuele criminologie … kunt u ons enigszins op weg helpen? 

"Uit onderzoek blijkt dat de bekende mugshots, die politiefoto’s, mensen sneller criminaliseren. Als we een politiefoto van iemand zien, zijn we eerder geneigd diegene ook als schuldige te beschouwen. Foto’s of videobeelden van slachtoffers wekken daarentegen vaker empathie. Maar dader en slachtoffer zijn tijdens het onderzoek niet zo zwart-wit van elkaar te scheiden. Zeker in Nederland is er nog veel werk te doen – bijvoorbeeld naar de interpretatie van foto’s van een plaats delict. In Amerika gebeurt dat al." 

Maar een beeld is toch altijd objectief? Een videocamera registreert, professionals maken foto’s van een plaats delict!

"Beelden zijn absoluut niet objectief. Daar weten filmmakers alles van. Ook in de opsporingspraktijk blijken beelden suggestief. Als iemand een video van een ondervraging ziet met alleen de verdachte in beeld, is diegene sneller geneigd de ondervraagde verantwoordelijk te stellen voor hetgeen waar hij of zij van verdacht wordt. Die ‘toegedichte verantwoordelijkheid’ neemt af zodra ook de ondervrager in beeld is. Zelfs het camerastandpunt – van onderaf of van bovenaf gefilmd – heeft invloed op hoe we tegen de gefilmde verdachte aankijken en wat we van hem of haar vinden. Al die onbewuste interpretaties van beelden wegen mee bij een uiteindelijk oordeel." 

Beelden worden steeds belangrijker in strafzaken of politieonderzoek. Wat betekenen uw vindingen voor dat onderzoek?

"Dat rechters, politieagenten of officieren van justitie veel kanttekeningen bij informatie en vooral ook bij beelden moeten plaatsen. De sequentie of volgorde van beelden kan de wijze waarop mensen -en dus ook rechters- gebeurtenissen interpreteren, mede bepalen. De volgorde van de foto’s bepaalt voor degene die ze zien vaak ook de verhouding tussen oorzaak en gevolg. Maar de daadwerkelijke volgorde van een handeling hoeft niet met de volgorde van de foto’s in de rapportages overeen te komen. De volgorde van foto’s is dus zeer relevant als iemand op basis van die serie wordt veroordeeld." 

Hoe kunnen we voorkomen dat dergelijke vergissingen van ons brein doorwerken in strafzaken? 

"Ik pleit voor meer onderzoek naar het effect van beelden op ons brein. En ik zou willen dat in de opleiding van rechters, agenten en officieren van justitie meer aandacht komt voor de psychische effecten die beelden op ons hebben. Zeker als het belang van die beelden alleen maar toeneemt." 

Arnout Ruifrok van Beeldonderzoek en Biometrie van het NFI, legt uit hoe het NFI in de praktijk omgaat met subjectieve waarneming:

"Objectivering van onderzoek en rapportage is één van de speerpunten binnen het NFI. We werken continu aan kwaliteitsverbetering en zijn net als Gabry Vanderveen voorstander van meer onderzoek naar de effecten van beelden en presentaties op ons brein. Omdat we ons zeer bewust zijn van deze beperkte en subjectieve waarneming, hanteren we in het werkproces bij beeldonderzoek verschillende waarborgen. Zo doen we alleen reconstructieopnames met verdachten of objecten voor vergelijking, wanneer de opnameomstandigheden (zoals positie en belichting van bewakingscamera’s) ongewijzigd zijn. De onderzoekers die de reconstructie uitvoeren zijn niet betrokken bij de interpretatie van de beelden. Daarnaast betrekken we alleen relevante achtergrondinformatie bij het onderzoek en laten we meerdere onderzoekers onafhankelijk van elkaar deze interpretatie uitvoeren." 

Harde feiten 

"Om een praktijkvoorbeeld te geven: een visualisatie van een schotenwisseling tussen twee personen. Naast de ‘harde’ feiten, zoals de omgevingssituatie en kogelinslagen, blijven nog veel onzekerheden over. Hoe bewogen de betrokkenen, welke houdingen namen ze aan? Het meest complexe aan een visualisatie is aangeven wat harde feiten en wat aannames en onzekerheden zijn. Toch is dit onderscheid van groot belang voor een juiste interpretatie."

"Bij de presentatie van beeldmateriaal en visualisatie van complexe situaties overleggen we altijd met de aanvrager welke scenario’s getest en uitgebeeld moeten worden. In de meest gewenste werkwijze komt zowel het OM als de advocatuur met een scenario."