Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

DNA-databank identificeert onbekende slachtoffers

Foto: DNA-databank identificeert onbekende slachtoffers

De DNA-databank vermiste personen telt zo’n 900 DNA-profielen van vermiste personen, hun familieleden en ongeïdentificeerde stoffelijke overschotten. Hierdoor konden tot nu toe ongeveer vijftien onbekende overledenen worden geïdentificeerd. Het NFI beheert de databank.

Gerard Putter werd in de Tweede Wereldoorlog op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd en in Loenen begraven als onbekende. Dankzij DNA-onderzoek kon hij meer dan een halve eeuw later alsnog worden geïdentificeerd. In februari 2010 werd in het bijzijn van Putters familie een steen op zijn graf gezet met zijn naam erop.
Een onbekende vrouw werd in 1996 onder nummer in het Limburgse Grubbenvorst begraven. De identiteit van dit 'Rozenmeisje', wier lichaam was gevonden in een bos bij het rozendorp Lottum, werd veertien jaar later alsnog vastgesteld. Zo kon de familie van Josefa, zoals de vrouw bleek te heten, haar in het najaar van 2010 herbegraven in Polen.  

Profielen
 

Dit zijn twee voorbeelden van zaken die werden opgelost dankzij de DNA-databank vermiste personen. Hierin zijn profielen opgeslagen van vermiste personen, familieleden van vermiste personen en van (delen van) ongeïdentificeerde personen. Inmiddels zijn dat er zo’n 900.
De databank werd in april 2007 opgericht naar aanleiding van vragen in de Tweede Kamer over de mogelijkheid om vermiste personen aan de hand van DNA-sporen te identificeren. Het KLPD krijgt jaarlijks budget vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie om deze onderzoeken uit te laten voeren. Het NFI voert de DNA-onderzoeken uit en beheert de databank, het KLPD is de eigenaar. 

Interpol
 

Harco Derksen, teamlid Opsporingsberichtgeving bij het KLPD, vertelt hoe dat in de praktijk werkt: “Meestal krijgen wij een verzoek voor het laten opstellen van een DNA-profiel van de regio- of waterpolitie. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ergens een lichaam is gevonden waarvan de identiteit na onderzoek onbekend is. Wij geven het NFI dan opdracht om een DNA-onderzoek uit te voeren. Nadat het DNA-profiel door het NFI vervaardigd is, wordt dit profiel eerst vergeleken met profielen in de DNA-databank vermiste personen. Levert dat geen ‘match’ op, dan wordt ook dit profiel in de databank opgeslagen.
De verzoeken voor het opstellen van een profiel en gebruik van de databank komen soms ook uit het buitenland, onder meer via Interpol. “We bekijken zo’n vraag altijd extra goed, een zaak moet wel een duidelijke link met Nederland hebben. Het opstellen van een profiel kost namelijk veel geld en we hebben een beperkt budget”, aldus Derksen. Interpol is zo enthousiast over de databank, dat ze het NFI hebben gevraagd om nieuw gemaakte profielen direct met hen uit te wisselen. Het gaat hierbij om DNA-profielen van onbekende overledenen en van DNA dat is aangetroffen op gebruiksvoorwerpen. 

Stamboom

Naast dit soort ‘normale’ vermissingen, wordt de databank gebruikt voor oudere zaken, zoals die van het Rozenmeisje. Speciale ‘cold case'-teams van het KLPD doen in het hele land onderzoek naar onbekende overledenen. De DNA-databank vermiste personen wordt ook gebruikt om oorlogsslachtoffers alsnog te identificeren. Het NFI gebruikt hiervoor zeer verfijnde software, waarmee het mogelijk is om aan de hand van DNA van familieleden te bekijken of een overledene tot die familie behoort. Deze software, Bonaparte, is uniek in de wereld, en werd ook gebruikt om slachtoffers van de vliegramp in Libië van mei 2010 te identificeren.

De samenwerking tussen het NFI en het KLPD loopt goed, besluit Derksen. “Eens in de zoveel tijd zitten we bij elkaar om alles door te spreken: welke onderzoeken lopen er, welke zaken willen we oppakken, hoe staan we ervoor met het budget. We hopen in de toekomst nog veel meer zaken op te lossen met behulp van de databank.”