NFIInfo
NFI-Info april 2012
Nummer 2 / Jaargang 6
Forensisch advies over de grenzen
Het NFI werkt niet alleen in opdracht van politie en justitie in Nederland. Steeds vaker adviseren onze deskundigen buitenlandse collega’s, rechters en officieren. Twee praktijkvoorbeelden uit Turkije en Sri Lanka.
Het NFI voert verscheidene samenwerkingsprojecten met het buitenland uit. Dit wordt gedaan door de NFI Academy, die advies en training geeft aan buitenlandse forensische instituten en wethandhavende organisaties. Dat advies spitst zich niet alleen toe op onderzoeksmethoden en organisatie, maar ook op de beste manieren om deze forensische instituten te laten samenwerken binnen de justitiële keten. Overigens leren niet alleen de buitenlandse partners van dit soort uitwisselingen; vaak doet het NFI door deze projecten nieuwe ideeën op over de eigen werkwijze, of wordt het instituut juist bevestigd in de veronderstelling dat de eigen methodes goed werken. Het NFI werkt met een tiental landen samen; in 2010 en 2011 werden in dit kader zes uitwisselingen opgestart.
Eén van die samenwerkingsprojecten vond onlangs plaats in Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka. Hier werkt het gerechtelijk laboratorium nog aan zaken uit 2007. Een direct gevolg van de burgeroorlog die tot 2009 in het land woedde. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken steunt landen die na een conflictsituatie het rechtssysteem willen versterken. Daar hoort óók een goed uitgerust en efficiënt werkend forensisch laboratorium bij. Op uitnodiging van de Nederlandse ambassade trok een NFI-delegatie in juli naar Colombo om een advies voor te bereiden.
Papier
Colombo verbouwt twee bestaande laboratoria: één voor pathologisch onderzoek en één gerechtelijk laboratorium. Het NFI geeft raad over de inrichting van de labs, vertelt Jan Blok, adviseur bij de NFI Academy. Qua onderzoekstechnieken is er een achterstand, vooral op het gebied van digitale technieken en DNA. “Maar met alleen forensische vernieuwingen ben je er niet. Minstens zo belangrijk is dat rechters en officieren weten wat de mogelijkheden en onmogelijkheden hiervan zijn.” Ook adviseert het NFI over werkvoorzieningen in de laboratoria, want die zijn nog niet up-to-date. Blok: “We waanden ons in een omgeving van een halve eeuw geleden. Dat kwam onder meer door de enorme hoeveelheid papier die overal lag. Waar wij op elke werkplek een computer gewend zijn, zie je daar op een afdeling met tientallen medewerkers maar drie of vier computers.”
Tot slot gaat het NFI Sri Lanka ook adviseren over het opzetten van een kwaliteitssysteem voor het onderzoek in de laboratoria.
Te kort
Ook collega’s in Turkije willen leren van de manier waarop het NFI de kwaliteit van het onderzoek waarborgt. Hiervoor krijgt het land subsidie van de EU, die fondsen beschikbaar stelt voor staten die hun rechtssysteem versterken. In dat kader brachten Turkse explosievenonderzoekers in juli een bezoek aan hun collega’s bij het NFI. “We lieten zien dat onze chemische analyses volgens een vast protocol verlopen met verschillende controlestappen”, vertelt onderzoeker Eric Kok. “Dit doen we onder meer om ongewenste besmetting van sporen te voorkomen en om een maximale hoeveelheid informatie uit de sporen te kunnen halen.”
De delegatie van zes Turkse forensisch onderzoekers bezocht ook de explosieven opsporingsdienst EODD, die een aantal intacte explosieven opblies. Van deze demonstratie werden enkele monsters meegenomen en samen met de Turken geanalyseerd. “In Istanbul hebben ze niet zo’n breed pakket aan analyseapparatuur als bij het NFI”, zegt Kok. “Voordeel van dat bredere pakket is dat je hiermee steeds de meest kansrijke methode kan kiezen. Volgend jaar gaan wij naar laboratoria in Istanbul en Ankara. We gaan dan wat dieper in op onze en vooral hun analysetechnieken. Daarvoor was dit bezoek van vijf dagen net iets te kort.”
Het NFI heeft nog meer buitenlandse uitwisselingsprojecten lopen, waaronder de opzet van een forensisch DNA-laboratorium in Suriname, een werkbezoek aan China en een uitwisseling met Oman. Alle projecten worden gefinancierd door subsidies van onder andere het ministerie van Defensie en de EU.

Innovatiehoek