Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

IDFO: wegwijs in het sporendoolhof

Foto: IDFO: wegwijs in het sporendoolhof

Een gruwelijke moord, met meer dan honderd verschillende sporen. Word daar nog maar eens wijs uit. In zo’n geval kan een Interdisciplinair Forensisch Onderzoek (IDFO) uitkomst bieden.

Bij het blussen van een brand in een woning wordt een levenloos en zwaar toegetakeld lichaam gevonden. De gedachte aan een misdrijf dringt zich onmiddellijk op, want zowel de voor- als zijdeur van het huis zijn geforceerd. Ook wordt de auto van het slachtoffer enkele straten verderop aangetroffen, inclusief een bloederig breekijzer. Lokale media spreken van een “moordmysterie”.
Deze zaak moet tot op de bodem worden uitgezocht en de politie stelt een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) samen. Aan aanknopingspunten geen gebrek: overal DNA-sporen. In het huis, in de auto, op het breekijzer. Ook worden verschillende vingerafdrukken en rondzwervende haren gevonden. Net als verfsporen op het breekijzer en in de verwondingen van het slachtoffer. Tel daarbij de onderzoeksresultaten van een patholoog en een toxicoloog op, die het lichaam van het slachtoffer hebben bekeken. Het aantal sporen stapelt zich op. Al snel zijn het er meer dan honderd en lopen er 36 afzonderlijke onderzoeken bij het NFI. Zoals sectie door de forensisch patholoog en daarnaast toxicologisch, verf-, haar- en DNA-onderzoek.

Scenario toetsen

Om dit alles in goede banen te leiden, geeft de officier van justitie in samenspraak met de forensisch adviseur van het NFI opdracht voor een Interdisciplinair Forensisch Onderzoek (IDFO). Dat betekent dat er bij het NFI intern een coördinator - dit is altijd een zeer ervaren onderzoeker - wordt aangewezen die zorgt voor de onderlinge samenhang tussen de verschillende onderzoeksgebieden. “In het geval van deze zaak geen overbodige luxe, omdat er maar liefst zes verschillende afdelingen bij betrokken waren”, blikt NFI-onderzoeker en coördinator Maarten Hordijk terug.
Waar de afzonderlijke onderzoekers zich richten op deelaspecten van de zaak, houdt de coördinator - ook wel: zaakgelastigde - het grotere plaatje voor ogen. Daartoe schrijft hij een samenvattend rapport dat een overzicht geeft van alle deelconclusies uit de afzonderlijke onderzoeksrapporten. “Zeker in een ingewikkelde zaak geeft dat een snel overzicht”, zegt Hordijk. Denk bijvoorbeeld aan een wapen dat in een flink aantal rapportages terugkomt. De zaakgelastigde verzamelt in zo’n geval alle relevante informatie op één plek in het rapport. Constateert hij tegenstrijdigheden, dan zal hij nader onderzoek aanbevelen.
Daarnaast biedt het IDFO-onderzoek nog een extra service, namelijk om afzonderlijke bevindingen te combineren tot een zogeheten ‘overkoepelende waarschijnlijkheid’. Hordijk: “We kunnen bijvoorbeeld een door de politie opgesteld scenario over de toedracht van een zaak toetsen. Op die manier willen we de rechterlijke macht een beter inzicht geven in de bewijswaarde van de verschillende bevindingen.”

Verfsporen

In het geval van deze specifieke zaak zijn vooral de verfsporen van doorslaggevende betekenis bij het vaststellen van de toedracht van de moord. De verfsporen op het breekijzer blijken gelijk aan de verfresten op het lichaam én aan de verf van de geforceerde deuren. “Door de samenstelling van het verfmateriaal en de opbouw van de verflagen konden we dat heel precies vaststellen”, vertelt Hordijk. Deze verfsporen blijken tijdens de rechtszitting dan ook van groot belang. De verdachte ontkent weliswaar de moord, maar geeft wel toe dat het zijn breekijzer is. Uiteindelijk acht de rechter doodslag bewezen, waarbij de verfsporen een belangrijk bewijs vormen. Het vonnis: vijftien jaar gevangenisstraf.