Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

Japanse partner opent deur naar snelle DNA-technologie

Foto: Japanse partner opent deur naar snelle DNA-technologie

Het NFI breidt zijn netwerk in het Verre Oosten uit door op DNA-gebied te gaan samenwerken met het vooraanstaande Japanse onderzoeksinstituut Riken. Dit biedt perspectieven voor beter en sneller identificatieonderzoek.

Hét vraagstuk voor forensisch onderzoekers na de tsunami in 2004: hoe al die slachtoffers te identificeren? Los van de immense aantallen, was er een probleem met de DNA-analyse. Aangetroffen DNA bleek vaak niet in aanmerking te komen voor identificatieonderzoek, doordat het te sterk was vervuild of afgebroken. Dit onder de invloed van het warme weer en
het water waarin de lichamen lange tijd hadden gelegen.

Nu ligt de oplossing voor dit vraagstuk in het verschiet, vertelt Marcel van der Steen, directieadviseur van het NFI. Dankzij een samenwerkingsverband in Japan, dat in oktober is afgesloten.

Wat heeft Japan wat wij niet hebben?

“Je kunt beter zeggen: wat heeft Japan wat Nederland ook heeft? Het antwoord: een vooruitstrevend onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met innovatieve DNA-analyse. Het Japanse instituut heet Riken; het is vergelijkbaar met TNO in Nederland. Riken en het NFI bundelen krachten om nieuwe producten en technieken te kunnen ontwikkelen. Onze intentie om samen te werken is in oktober vastgelegd in een Memorandum of Understanding (MOU).

Hoe kan de samenwerking leiden tot betere identificatie?

“Wij richten ons samen op DNA-onderzoek op basis van SNPs (spreek uit: snips), ofwel Single Nucleotide Polymorphisms. Dit zijn hele kleine onderdelen in het DNA op basis waarvan je bij beschadigd DNA-materiaal toch nog een soort DNA-profiel kunt maken. Riken heeft grensverleggende technologie ontwikkeld voor gevoelige en snelle DNA/SNPs-analyse voor medische toepassingen; wij beschikken over specifieke kennis op het gebied van SNPs en forensisch onderzoek. De samenwerking maakt dat de Japanse technologie straks ook forensisch kan worden toegepast.”

Zijn er ook concrete doelen?

“Identificatieonderzoek duurt nu nog 1 à 2 dagen. Straks met de SNPs-analyse, verwachten wij nog maar vijftien minuten. Daarnaast is het plan om binnen drie jaar samen met Riken en een Japans bedrijf een prototype-apparaat te hebben ontwikkeld waarmee SNPs-analyse zelfs op de plaats van een incident kan worden verricht. In de Nederlandse praktijk betekent dit dat we dan bijvoorbeeld slachtoffers uit water, of lichamen die al langere tijd begraven waren, ter plekke kunnen identificeren. En natuurlijk is het apparaat te gebruiken bij grotere incidenten zoals natuurrampen, vliegtuigongelukken of terroristische aanslagen.”

Heeft het NFI zijn oog ook al laten vallen op andere Japanse partners?

“Inderdaad. We zijn met het Japanse ministerie van OCW een researchprogramma aan het opzetten. Eigenlijk zijn we altijd op zoek naar organisaties en technologiebedrijven die ons kunnen helpen om onze kennis om te zetten in producten. En zeker niet alleen in Japan. Om die reden hebben we in Azië, naast Japan, ook met Zuid-Korea en China al samenwerkingsverbanden. We gaan door met het zoeken naar interessante partijen, over de hele wereld.”

De ondertekening van het MOU met Riken vond plaats tijdens een reis van het Innovatieplatform, dat een bezoek bracht aan Japan vanwege vierhonderd jaar Japans-Nederlandse economische betrekkingen.