Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

Kleding belangrijke sporenbron bij spuitbusverf

Foto: Kleding belangrijke sporenbron bij spuitbusverf

Kleding is bij zaken met verf uit spuitbussen een veel betere sporenbron dan tot nu toe werd gedacht. Dit soort verf laat namelijk minuscule deeltjes achter op kleren. Dat ontdekten Maarten Hordijk en Maurice Olderiks, chemisch onderzoekers bij het NFI.  

Verf uit spuitbussen laat op kleding veel meer sporen achter dan tot nu toe werd gedacht. Dat ontdekten Maarten Hordijk en Maurice Olderiks, chemisch onderzoekers bij het NFI. Daarom is het raadzaam om bij zaken waar een verfspuitbus is gebruikt, kleding op te sturen. Zelfs maanden nadat een delict heeft plaatsgevonden, is het nog mogelijk om verfsporen op kledingstukken te ontdekken. Bij het spuiten met een verfbus komt namelijk een nevel van verfdeeltjes vrij. Deze nevel bestaat uit hele kleine verfbolletjes die zich uitermate goed vasthechten aan de directe omgeving, waaronder kleding van de verfspuiter of de omstanders. “Door te zoeken naar deze bolletjes, is de drager van de kleding te koppelen aan de plaats delict”, vertelt Maurice Olderiks.

Klopmethode

Hordijk en Olderiks kregen het idee voor de onderzoeksmethode tijdens een congres, en testten hun theorie bij deelnemers aan een graffitiworkshop. Na afloop van deze workshop onderzochten zij de kleding die werd gedragen tijdens het verfspuiten en vonden veel microscopisch kleine verfbolletjes op de vezels. Door met een staaf op de kleren te kloppen vielen de bolletjes uit de stof. Zelfs na vijf klopbeurten vingen de onderzoekers nog verfbolletjes op in schaaltjes. Onder de microscoop is verf goed herkenbaar. Soms kan zelfs iets gezegd worden over de volgorde waarin de kleuren gebruikt zijn.
De klopmethode vergemakkelijkt onderzoek naar verf op kleren aanzienlijk: de omvang en vorm van kleding maken nauwkeurig onderzoek daarvan onder de microscoop vaak lastig.
Ook in de praktijk heeft de klopmethode zich al bewezen. Onlangs vergeleken de medewerkers van het NFI graffiti op een trein met tien spuitbussen en een trainingsjack. De verf op het jack en uit de bussen kon gekoppeld worden aan de verf die gebruikt was om de trein te bekladden.

Pakkans vergroten

De ontdekking betekent dat onderzoek naar zaken met spuitverf nog veel meer zin heeft. Maarten Hordijk: “Je zou kunnen denken dat onderzoek naar graffitizaken kansloos is. Maar omdat kleding nu makkelijker te koppelen is aan het delict, denken wij dat het meesturen van kleding de pakkans vergroot.” Daarbij doelt Hordijk niet alleen op graffitizaken, maar ook op bewakingscamera’s of flitspalen die door spuitverf onklaar zijn gemaakt, overgespoten scooters en met verf bespoten dieren.

Op dit moment krijgt het NFI jaarlijks ongeveer tien graffitizaken voorgelegd. Er is ruimte voor meer vergelijkend verfonderzoek. 

Het NFI raadt aan om bij zaken met verf uit spuitbussen altijd kleding van de verdachte op te sturen. Meer weten? Neem contact op met uw forensisch aviseur