Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

NFI helpt bij identificatie onbekende doden

Foto: NFI helpt bij identificatie onbekende doden

DNA-onderzoek en nieuwe wetgeving maken het mogelijk de identiteit van onbekende doden jaren later alsnog vast te stellen. Het NFI onderzocht recentelijk het DNA van 28 slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog die begraven liggen op de erebegraafplaats in Loenen.

Het onderzoek in Loenen leverde tot nu toe twee ‘hits’ op. Het eerste geïdentificeerde slachtoffer is verzetsman Gerard Putter. Zijn identiteit werd achterhaald door zijn DNA te vergelijken met dat van verwanten. De naam van het tweede geïdentificeerde slachtoffer blijft op verzoek van de familie geheim. Coördinator van het Landelijk Bureau Vermiste Personen Franske Eendebak: ”Voor nabestaanden is het belangrijk om te weten waar hun familielid begraven is. Dat geeft hen de kans om hun verlies, ruim zestig jaar later, alsnog te verwerken.” Sinds 1 april 2007 gebruikt het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) een databank met DNA-gegevens van vermiste personen, hun familieleden en van niet-geïdentificeerde stoffelijke overschotten. Deze Nederlandse DNA-databank Vermiste Personen wordt beheerd door het NFI, maar is eigendom van het KLPD. De gegevensbank maakt het mogelijk om profielen met elkaar te vergelijken.

Match

Dankzij de databank kunnen ook oudere gevallen van vermissing onderzocht worden. In 2008 startte daarom de Werkgroep Vermiste Personen WOII. Het onderzoek in Loenen is tot nu toe het meest omvangrijke dat de werkgroep liet uitvoeren. De 28 doden waar het om gaat, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte bij Scheveningen. De stoffelijke overschotten werden herbegraven op het Ereveld in Loenen, in de provincie Gelderland. Bij de opgraving, die twee dagen duurde, werkten acht NFI’ers samen met medewerkers van de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht en van de politiekorpsen IJsselland en Brabant-Noord.
In Nederland staan nog steeds vijfhonderd mensen uit de periode 1940-1945 geregistreerd als vermist. Het Rode Kruis spoort nabestaanden op en vraagt toestemming voor het afnemen van monsters wangslijmvlies. Hiermee kan het NFI een DNA-profiel maken. Door vergelijking met profielen van nabestaanden kan een ongeïdentificeerd slachtoffer alsnog worden geïdentificeerd.

Nieuwe wet

Volgens Carla Bruijning, coördinator DNA-onderzoek bij het NFI, krijgt het instituut steeds vaker verzoeken om het DNA van onbekende doden te bepalen. De nieuwe wet op de lijkbezorging maakt het mogelijk om ongeïdentificeerde overledenen op te graven zodat identificatie mogelijk is. Zo deed het NFI in maart een onderzoek in Rotterdam, waar negen graven van onbekende doden op de begraafplaats Crooswijk werden geruimd.
Op Nederlandse begraafplaatsen liggen volgens schattingen nog honderden onbekende doden begraven. Dat aantal zal niet toenemen, want volgens de nieuwe wetgeving mogen in ons land geen onbekende doden meer begraven worden zonder dat lichaamsmateriaal wordt afgenomen voor een DNA-profiel.