Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

Politie, OM en NFI stemmen onderzoeksaanvragen beter af

Foto: Politie, OM en NFI stemmen onderzoeksaanvragen beter af

Het NFI, het Openbaar Ministerie en de politie hebben met ingang van 1 april landelijke afspraken gemaakt over het aanleveren van onderzoeksaanvragen. Met deze afspraken streeft het NFI naar een zo goed mogelijk in te zetten capaciteit in de FSO-gebieden waarbij politie en OM zelf bepalen hoe die capaciteit ingezet wordt. De afspraken zijn een nadere uitwerking van de voor 2010 afgesloten SLA tussen de drie partijen.

Hoe zorg je ervoor dat politiekorpsen voldoende sporenonderzoek kunnen laten verrichten om misdrijven op te lossen, zonder dat het NFI overvoerd wordt door het aantal aanvragen?

Dat is een vraagstuk waarmee de politie, het OM en het NFI al een tijdje worstelen. In de bestaande SLA zijn weliswaar afspraken gemaakt op landelijk niveau maar is geen verdeling over de FSO's gemaakt. Naar aanleiding van een proef, die wordt gehouden IN de Forensische Samenwerking IN de Opsporing (FSO) Noord- en Oost-Nederland, wordt nu geprobeerd om dat wel te doen. Gestart wordt met het aanleveren van onderzoeksaanvragen Humane Biologische Sporen (HBS) bij het NFI. De kern van de nieuwe afspraak IS dat elk FSO-gebied een maximum aantal onderzoeksvragen krijgt toebedeeld, die ze maandelijks bij het NFI kunnen neerleggen. De FSO's bepalen zelf welke onderzoeksvragen ze bij het NFI aanvragen. De enige begrenzing is uiteraard de maximale NFI-capaciteit zoals in de SLA is vastgelegd.

Hoe werkt die koppeling tussen politiekorpsen en FSO-gebieden?

Elk politiekorps is gekoppeld aan één van de zeven FSO-gebieden in het land. Wil een FSO-gebied meer dan het maandelijks maximum aanvragen voor een bepaald soort onderzoek, dan moet dat FSO-gebied die onderzoekscapaciteit bij een ander FSO-gebied ’inkopen’ of ruilen. Op dit moment geldt dit in de proef nog alleen voor Humane Biologische Sporen, maar het voornemen is dat dit systeem in de toekomst voor alle grotere onderzoeksgebieden van het NFI gaat gelden.

Hoeveel onderzoeksaanvragen mogen de korpsen dan precies per maand inleveren?

Die verdeelsleutel is op aangeven van politie en OM gebaseerd op het aantal aanvragen dat de afgelopen twee jaar per FSO-regio werd ingeleverd bij het NFI. Heeft een FSO-gebied in een maand toch meer onderzoeken van een bepaalde soort nodig dan ze toegewezen hebben gekregen, dan moeten de FSO-gebieden overleggen over overheveling of uitruil. Dat zou dan als volgt kunnen werken. Stel, een FSO-gebied ‘krijgt’ HBS-onderzoek van een ander korps, dan geven ze daarvoor andere soorten onderzoek aan hun ruilpartner.

Wat als het een FSO-gebied niet lukt om capaciteit te ruilen?

In dat geval wordt de kwestie door het hoofd Forensische Opsporing bij de FSO-houdende politieregio doorgespeeld naar de forensisch officier. Die overlegt vervolgens intern met zijn collega officieren in het FSO-gebied om tot prioritering te komen.

Wie houdt de administratie bij van eventuele ruilacties?

Op dit moment zouden FSO-gebieden zelf de administratie van beschikbare capaciteit en ruilacties moeten bijhouden. Het NFI levert hiervoor wekelijks stuurinformatie aan. Om deze administratie nog beter uit te kunnen voeren, hebben het OM en de politie aan het NFI gevraagd om een centraal administratiesysteem te ontwikkelen. De aanvragers zouden via de computer in dit systeem moeten kunnen inloggen om daarbij direct te kunnen zien wat de beschikbare capaciteit is. Daarnaast zouden ze hierin veranderingen door uitruilacties moeten kunnen doorgeven. Zo kunnen er geen fouten of onduidelijkheden ontstaan. Het NFI is bereid om met zijn klanten aan een dergelijk systeem te gaan werken, maar het zal nog wel even duren voordat dat er daadwerkelijk is.

Wat vindt de politie van de regeling?

Huib in ’t Veld, hoofd forensische opsporing IJsselland en projectleider proeftuin Noord-Oost Nederland:
“Wij hebben de regeling meegenomen als onderdeel van een proeftuin, waarin we allerlei nieuwe projecten testen. In de kern vind ik de afstemming een goede zaak, want ik snap dat het NFI maar een beperkte capaciteit heeft. En dat zij, met alle aanvragen, niet kunnen bepalen aan welke zaak of welke regio ze prioriteit moeten verlenen. Vanuit de klant-leverancier gedachte zou ik het jammer vinden als het NFI concludeert dat het hen niet lukt om hiervoor een administratiesysteem op te zetten. En ik wil er ook voor pleiten om soepel met de quota om te gaan. De politie bepaalt niet hoeveel misdaden plaatsvinden in een maand. Als er bepaalde zaken niet (op tijd) kunnen worden opgelost omdat er heel streng op cijfers wordt gelet, kunnen wij dat niet uitleggen aan de burger.” 


Kees Möhring, directeur externe relaties NFI: 

"Ik vind dit een goede ontwikkeling. Het is een logische verfijning van de op landelijk niveau gemaakte afspraken tussen OM, politie en afgesloten SLA. Het is volkomen terecht dat politie en OM zelf willen bepalen welke zaken zij bij ons aanvragen. Tot nu toe was er echter in het veld geen gedragen verdeelsystematiek. Met de verdeling van capaciteit over de FSO's -en IN de toekomst de Bovenregionale Forensisch Service Centra- en de ruilmogelijkheden zijn we weer een stap verder naar een optimale klantgerichte benutting van de NFI-capaciteit ."