NFIInfo
NFI-Info april 2012
Nummer 2 / Jaargang 6
Snelle identificatie Tripoli-slachtoffers
Woensdag 12 mei om 6.00 uur stort een toestel van Afriqiyah Airlines neer bij Tripoli in Libië. Er zijn 103 dodelijke slachtoffers, waarvan 70 Nederlanders. De nabestaanden moeten snel uitsluitsel krijgen. Het NFI voert het grootste stamboomonderzoek ooit uit en drie weken later zijn alle slachtoffers geïdentificeerd. Een reconstructie.
12 mei, rond 11.00 uur
Bij Bureau Buitenlandse Zaken van de Front Office van het NFI hoort Doris Eerhart, forensisch adviseur buitenland, over de vliegramp bij Tripoli. Ze neemt contact op met collega’s om de eerste acties door te spreken, mocht er een officieel verzoek binnenkomen. De directie van het NFI vraagt haar die middag om deze zaak te leiden.
12 mei, 18.00 uur
Via formele kanalen komt de melding van de ramp bij het NFI binnen. Er is dan al contact gelegd met het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO), een team van deskundigen van politie, Defensie en het NFI op het gebied van forensische opsporing.
Het NFI stelt intern een team samen van antropologen, biologen, pathologen en communicatieadviseurs. De vragen van verschillende media over de identificatie van de slachtoffers stromen binnen.
12 mei, 19.15 uur
De politie heeft 45 familierechercheurs opgetrommeld om referentiemonsters wangslijmvlies van bloedverwanten van de slachtoffers te verzamelen. Zo nodig zullen ze ook biologische sporen zoals haren en speeksel van gebruiksvoorwerpen van de slachtoffers verzamelen. Het NFI zet de nieuwe software Bonaparte in, bedoeld voor grote rampen en incidenten. De software (ontwikkeld door het NFI in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen) vergelijkt het DNA van bloedverwanten met het DNA van slachtoffers en kan met die DNA-profielen stambomen en familierelaties in kaart brengen. Dat versnelt de identificatie van de slachtoffers aanzienlijk. Het onderzoek is het grootste stamboomonderzoek dat in Nederland ooit heeft plaatsgevonden.
13 mei
Het LTFO stuurt een team van dertig specialisten naar Tripoli, forensisch antropoloog en arts Reza Gerretsen gaat vanuit het NFI mee. Ondertussen wordt bij het NFI in het laboratorium Bonaparte getest: tot nu toe is het in de praktijk nog niet gebruikt voor een dergelijk grootschalig onderzoek. Er vindt een zogenoemde forensische intake plaats: hoe is de aanpak, wie doet wat, hoe rapporteren we?
14 mei
Het NFI plant de medewerkers in, die het onderzoek gaan uitvoeren. Zij zullen ook de niet-Nederlandse slachtoffers identificeren Het instituut verwacht van elk slachtoffer DNA-materiaal en daarnaast minimaal drie referentiemonsters per slachtoffer.
17 mei
Reza Gerretsen vertrekt naar Tripoli om ter plekke te assisteren bij het identificeren van de slachtoffers van de vliegtuigramp.
20 mei, 15.00 uur
De eerste referentiemonsters van familieleden van de slachtoffers komen bij het NFI binnen. Elk slachtoffer heeft inmiddels een vermist personennummer gekregen zodat hun DNA en dat van hun verwanten officieel mag worden onderzocht. Om familieleden zo snel mogelijk te kunnen informeren, wordt er ook buiten kantooruren doorgewerkt.
20 mei, 19.15 uur
De eerste monsters van de slachtoffers komen aan op Schiphol. De Koninklijke Marechaussee brengt ze naar het NFI. Het matchen van de gegevens met behulp van Bonaparte begint.
27 mei
De eerste slachtoffers zijn geïdentificeerd.
28 mei
Lex Meulenbroek, DNA-deskundige van het NFI, is te gast bij verschillende actualiteitenprogramma’s op radio en televisie. Hij legt uit hoe snel de nieuwe software werkt en waarom dat in dit geval zo belangrijk is.
2 juni
Reza Gerretsen is terug in Den Haag en geeft zijn collega’s een debriefing van zijn ervaringen in Tripoli.
3 juni
Het LTFO-team vliegt terug naar Nederland met de laatste DNA-monsters.
8 juni
De identificatie van de slachtoffers is afgerond, in minder dan drie weken tijd. Het NFI draagt de resterende sporen over aan het LTFO. Deze worden door een begrafenisondernemer gecremeerd.
30 juni
Nabestaanden herdenken de slachtoffers van de ramp bij Tripoli tijdens een bijeenkomst in de Anton Philipszaal in Den Haag.

Innovatiehoek