NFIInfo
NFI-Info april 2012
Nummer 2 / Jaargang 6
Van traangas tot wapenolie
Het onderzoeksteam CIO van het NFI is bekend door hun chemisch brand- en traangasonderzoek, maar ze doen veel meer. Het team identificeert onbekende vloeistoffen en materialen. Dat komt bij diverse zaken van pas.
Branden komen bijna dagelijks voor, en het CIO (chemisch identificatie onderzoek) heeft het er druk mee. “Ons chemisch brandonderzoek speelt een belangrijke rol in het achterhalen van de oorzaak van de brand en de bewijsvoering voor brandstichting”, zegt teamleider Jeanet Hendrikse.
Daarnaast is CIO specialist in traangas- en peppersprayonderzoek. “Dit komt regelmatig in beeld na een overval. Laatst kregen we de jas van de verdachte van een juweliersroof. Op de kraag troffen wij pepperspray aan. De juwelier had verklaard dat hij pepperspray had gebruikt tegen de overvaller. Zo leveren wij een klein stukje van de puzzel en kan er een verklaring worden getoetst.”
Bijtende vloeistof
Er is nog een derde, minder belichte taak van CIO: het ‘divers’ chemisch identificatie onderzoek. Dit richt zich op de identificatie van onbekende vloeistoffen, gassen en materialen. Hendrikse: “Denk aan zaken waarbij iemand is overgoten of bespoten met een bijtende vloeistof. Recentelijk werd een invalide met ernstige brandwonden opgenomen in het ziekenhuis. Wij kregen zijn kledingstukken om na te gaan welke vloeistof was gebruikt. Dit gebeurt om de strafmaat te kunnen bepalen. Of bijvoorbeeld zaken waarin monteurs zijn overleden tijdens onderhoudswerkzaamheden in een silo. Wij ontvangen dan luchtmonsters, met de vraag aan welke gassen de monteurs zijn blootgesteld.”
Gassen en glijmiddel
Het NFI heeft een aantal teams die chemisch onderzoek doen aan divers onbekend materiaal. Hendrikse: “Bij welk team een onderzoek terecht komt, is afhankelijk van de vraag en het aangeboden materiaal. Wij zijn specialisten in de chromatografie, een techniek om vloeistoffen en gassen te ontleden. Zo bestaat wapenolie uit honderden verschillende stoffen. Met chromatografie kun je deze scheiden en identificeren.” Het CIO verricht dan ook onderzoek naar sporen van wapenolie bij schietzaken waarbij het wapen niet is gevonden, maar bijvoorbeeld wél een tasje waarin het mogelijk is vervoerd. “Of zedenzaken waarin geen DNA van de verdachte wordt gevonden”, vervolgt Hendrikse. “Wij krijgen soms de vraag of er sporen glijmiddel in de bemonsteringen van het slachtoffer aanwezig zijn, en of dat overeenkomt met glijmiddel dat bij de verdachte is aangetroffen.”
Kleurstof
“Je kunt voor elke willekeurige vraag bij ons aankloppen”, vertelt Hendrikse. “Ook als er geen bestaande kennis voorhanden is en we een nieuwe methode moeten ontwikkelen. We hebben een zaak onderzocht waarbij azijnzuur een belangrijke rol speelde. Het azijnzuur was niet meer te traceren, maar de kleurstof die aan azijnzuur wordt toegevoegd, wel. We hebben toen literatuuronderzoek gedaan en een methode ontwikkeld om die kleurstof alsnog te traceren. Dit leverde uiteindelijk voor het Hof voldoende bewijs op voor moord. Deze methode gaan we ook voor andere onderzoeken binnen het NFI inzetten, waaronder vezelonderzoek, om de bewijswaarde van zo’n onderzoek te verhogen.”
Contra-expertise
Daarnaast wordt CIO met enige regelmaat ingeschakeld voor contra-expertise in brandzaken. Als de oorzaak van de brand onbekend is, schakelt de verzekeraar vaak een particuliere brandonderzoeker in. Deze partij stelt eigen brandresten veilig, en laat ze door een particulier laboratorium onderzoeken. Hendrikse: “Soms vraagt de politie ons om het werk van dit laboratorium te beoordelen wanneer zij denken dat de uitslag van dit laboratorium niet bij het brandbeeld past. Onze rapporten van deze contra-onderzoeken kunnen worden gebruikt in civiele rechtszaken tussen de verzekeraar en de verzekerde, wanneer de strafzaak wordt geseponeerd. Dit leidde al een paar keer tot een herziening van de rechtszaak. Dergelijke contra-onderzoeken zouden we vaker kunnen doen, ook rechtstreeks op verzoek van de rechter in civiele rechtszaken.”
Getallen
Intussen probeert het team zijn onderzoeksmethoden continu te verbeteren en uit te breiden. Vergelijkend benzineonderzoek kunnen we al jaren. We zijn het nu aan het objectiveren. Dat wil zeggen: de uitkomst van het onderzoek uitdrukken in een getal, net zoals bij DNA-onderzoek gebeurt. Zo kan de rechter een beter oordeel vormen over de waarde van het bewijs.”
Meer weten over het werk van het CIO-team? Neem dan contact op met uw forensisch adviseur.

Innovatiehoek