Foto: Forensische Sfeerimpressie

NFIInfo

NFI-Info april 2012

Nummer 2 / Jaargang 6

Verdiepen IN vergiftigingen

Foto: Verdiepen IN vergiftigingen

Bij casusbesprekingen tussen de NFI-afdeling Toxicologie en het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) staat steeds een aantal stoffen centraal. Kennis uit de kliniek wordt gecombineerd met forensische gegevens.

Contact was er altijd al, maar sinds kort IS de samenwerking tussen het NFI en NVIC - onderdeel van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - geïntensiveerd. Om de paar maanden komen deskundigen van beide organisaties bijeen om uitgebreid IN te gaan op de werking van een bepaalde stof, drug of medicijn. IN de eerste bijeenkomst stonden XTC en cardiovasculaire middelen op de agenda, de volgende keer de partydrug GHB en antidepressiva. De casussen worden benaderd vanuit de klinische én forensische toxicologie. Het doel: leren over elkaars vakgebied.


Acute vergiftiging


Het NVIC geeft informatie en advies aan professionele hulpverleners over de gezondheidseffecten van acute vergiftiging bij mensen en dieren. “Ze hebben veel contact met artsen en apothekers, doen onderzoek en houden trends bij. Daardoor hebben ze veel parate kennis, bijvoorbeeld over hoe snel stoffen zijn uitgewerkt”, zegt toxicoloog Miranda Verschraagen van het NFI. “Wij zien alleen die vergiftigingsgevallen waarbij sprake IS van strafrechtelijk onderzoek.” Evident dus dat het NFI iets kan opsteken van het NVIC.
Zo leerde het NFI dat de halfwaardetijd van amlodipine, een middel tegen onder meer hoge bloeddruk, anders IS bij een overdosis dan bij normale therapeutische inname. Bij een overdosis blijkt het veel langer te duren voor de concentratie gehalveerd IS. Verschraagen: “Dat IS voor ons nuttige informatie als wij willen terugrekenen hoeveel iemand heeft ingenomen.”


Andere benadering


Het NVIC leert ook van de forensisch toxicologen. “Wij gaan meestal uit van de hoeveelheid medicatie die IS ingenomen en het tijdstip van inname, IN combinatie met de al aanwezige klinische symptomen”, vertelt toxicoloog Liesbeth Geraets van het NVIC. “Dat IS informatie die we van een arts krijgen.” Op basis daarvan bepaalt het NVIC de mogelijke ernst, andere te verwachten klinische symptomen en adviseert over diagnostiek en therapie. De toxicologen van het NFI hebben doorgaans weinig informatie over de mogelijke blootstelling en opgetreden klinische symptomen. Zij moeten het doen met stoffen die gevonden worden, bijvoorbeeld IN het bloed. Vervolgens doen zij een uitspraak over de rol van die stoffen IN het ontstaan van bepaalde effecten. Geraets: “Precies de tegenovergestelde benadering dus, maar juist daarom interessant - want aanvullend - voor ons.”


Toekomst


De samenwerking leidt dus vooral tot praktische kennisuitwisseling. “We weten elkaar nu ook sneller te vinden”, zegt Verschraagen. IN de toekomst kan daardoor misschien ook op andere fronten, zoals wetenschappelijk onderzoek, worden samengewerkt, besluit Geraets. “We schrijven nu bijvoorbeeld samen een overzichtsartikel over klinische en forensische aspecten van intoxicaties bij overlijden.”