NFIInfo
NFI-Info april 2012
Nummer 2 / Jaargang 6
Vermoedens van kindermishandeling beter onderbouwd
Als artsen of politie kindermishandeling vermoeden, wordt het NFI lang niet altijd ingeschakeld. Terwijl forensisch deskundigen de duidelijkheid kunnen geven die nodig IS. Om de kennis over forensische geneeskunde toegankelijker te maken, schreven enkele deskundigen een handboek voor artsen en politie.
Kindermishandeling tégengaan kan het NFI niet. Maar het instituut draagt wel bij aan zogenoemde secundaire en tertiaire preventie, zegt forensisch arts Rob Bilo. “Wij kunnen letsel bij kinderen snel, en vaak wetenschappelijk onderbouwd, duiden – en zo mishandeling aantonen. Bij levende kinderen IS het doel: herhaling voorkomen. En IN het tragische geval van een sectie: alsnog recht doen aan het kind.” Bilo IS consulent forensische kindergeneeskunde: hij kan onderzoeken of de feiten IN een proces-verbaal overeenkomen met het fysieke letsel bij een kind. Hij ziet echter maar een fractie van de gevallen en zou willen dat het NFI vaker betrokken wordt. Nu worden zaken, door onvoldoende expertise en bewijs, soms onnodig geseponeerd. “Wij kunnen duidelijkheid geven”, benadrukt Bilo, die onder meer gespecialiseerd IS IN het duiden van fracturen.
Mishandeling
IN principe hoeft hij de kinderen zelf niet te zien. “Foto’s van de fractuur en verklaringen over het ontstaan ervan geven genoeg informatie.” Bilo beoordeelt de gegevens IN samenwerking met gespecialiseerde kinderradiologen. En vergelijkt de kenmerken van het letsel met kenmerken van andere soorten fracturen, die bijvoorbeeld het gevolg zijn van een ongeval, ziekte of aandoening. “We toetsen de verwondingen aan wat al bekend IS, en kunnen zo vaststellen of uitsluiten dat het om mishandeling gaat.”
Handboek
Bilo schreef samen met kinderradiologen Simon Robben (MUMC) en Rick van Rijn (AMC) een boek – Forensische aspecten van fracturen op de kinderleeftijd – dat eind april wordt uitgegeven. Het IS een praktisch handboek geworden voor artsen, maar ook voor de politie. “Er worden nu te vaak besluiten genomen – wel of geen kindermishandeling, wel of niet strafrechtelijk vervolgen – op basis van vermoedens en intuïtie. Dit boek zorgt voor wetenschappelijke onderbouwing.”
Hersenletsel en kindermishandeling
Bilo vindt dat het NFI een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. “Wij hebben kennis en die moeten we verspreiden.” Hij wil het dan ook niet bij één boek laten, maar heeft plannen om de komende jaren te publiceren over bijvoorbeeld huidafwijkingen, hersenletsel en buikletsel IN relatie tot vermoedens van kindermishandeling. “Nederland loopt bepaald niet achter IN de forensische kindergeneeskunde”, zegt Bilo. “Alleen IS er nog weinig literatuur IN onze eigen taal.”
Aan artsen vervolgens de taak om die kennis te benutten. En aan de politie om daadwerkelijk bij de forensisch deskundigen aan te kloppen. “Nog beter zou het zijn als artsen officieel consultatief met ons zouden kunnen overleggen”, zegt Bilo. “Extra capaciteit IS overigens wel nodig, wil het NFI structureel een grotere rol kunnen spelen.”
Geïnteresseerd IN het boek? Het boek verschijnt bij de Isala series, nummer 58 ISBN nr: 9789074991582. Het boek wordt op 13 mei, tijdens een seminar van het NFI, officieel aangeboden aan drs.Gemma Tielen, directeur van de Directie Jeugdbeleid van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin.

Innovatiehoek