Razendsnelle hits met IBIS
01-03-2010
Het NFI beschikt sinds dit jaar over een database die razendsnel hits levert op vuurwapensporen: het Integrated Ballistics Identification System (IBIS). IBIS vergelijkt sporen op patroonhulzen uit vuurwapens met eerder gevonden sporen. De database herbergt duizenden vuurwapensporen uit zes Europese landen: Nederland, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Engeland en Spanje.
De nieuwe internationale database is vanuit het NFI dag en nacht bereikbaar. Daarnaast zijn er vijf regionale IBIS-werkstations waar politiekorpsen illegale wapens kunnen laten onderzoeken. De stations bevinden zich in Arnhem, Tilburg, Krimpen aan den IJssel, Voorburg en Amsterdam. Technisch rechercheurs uit de regio bemannen de stations in samenwerking met het NFI. Zij verrichten onder andere proefschoten, zodat IBIS met de hulzen die dat oplevert, op zoek kan gaan naar overeenkomstige sporen.
IBIS geeft na vergelijking een lijst met ‘hits’: hulzen die mogelijk in hetzelfde wapen hebben gezeten. Een hit kan waardevolle informatie opleveren voor het tactisch onderzoek van de politie. Wanneer er geen hit is, kan het onderzoek zich snel richten op andere sporen. Jaarlijks worden in IBIS hulzen van ongeveer 1200 vuurwapens vergeleken. Het NFI krijgt per jaar van zo’n 500 schietincidenten materiaal aangeleverd. Meestal zijn dat alleen munitiedelen, hulzen en kogels. In een vijfde van de gevallen is er ook een wapen bij.
Met landen die geen IBIS hebben of niet meedoen aan het internationale verdrag, blijft gegevensuitwisseling mogelijk. Het NFI voert die vergelijkende onderzoeken ook uit; dat gebeurt handmatig. Het land dat dergelijk onderzoek bij het NFI aanvraagt, kan de delictmunitie opsturen. Is die niet aanwezig, dan volstaan plastic kopieën daarvan of hulzen van extra proefschoten. Die worden vergeleken met de gegevens uit de Landelijke Verzameling Kogels en Hulzen (LVKH). Daarna volgt een vergelijking met de database van IBIS. De LVKH is de voorganger van IBIS en werd in 1968 opgezet door het NFI. De verzameling bevat materiaal van zo’n 7000 zaken waarin geen vuurwapen werd gevonden en wordt jaarlijks met zo’n 300 schietincidenten aangevuld. Gemiddeld kan na vergelijkend onderzoek tien procent alsnog gekoppeld worden aan een vuurwapen, en tien procent aan een ánder schietincident.
Politievakblad Blauw wijdde hier in januari 2010 een artikel aan.

Innovatiehoek