Foto: Forensische Sfeerimpressie

Het getal: 500

Foto: 500

Vier- tot vijfhonderd kilo vuurwerk schieten de medewerkers van het vuurwerkteam van het NFI jaarlijks de lucht in. Dat doen zij tussen eind augustus en eind december. Zonder dat iemand er plezier van heeft. “Buitenstaanders mogen het niet zien.”

Achttien schietdagen hebben de medewerkers Explosieven van de afdeling Fysische en Chemische Technologie bij het NFI nodig om al die kilo’s vuurwerk af te steken. Het gaat hierbij om de veiligheidscontrole van consumentenvuurwerk, dat aan een aantal eisen moet voldoen. Bestaande typen vuurwerk worden gecontroleerd, bijvoorbeeld artikelen die in de voorgaande jaren zijn afgekeurd en mogelijk verbeterd zijn, maar ook nieuwe typen vuurwerk. Dit gebeurt op een locatie afgezonderd van de buitenwereld, zonder pottenkijkers.

Filmopnames

Het vuurwerkseizoen 2010 is in volle gang. In 2009 staken de medewerkers van het NFI in totaal 3156 stuks consumentenvuurwerk af. Als onderzoeker Rikus over deze vuurwerktests vertelt, horen we geen opgewonden klein jongetje. Vuurwerk afsteken is voor deze expert even serieus als kwartaalcijfers voor een boekhouder zijn. Naast de controle van consumentenvuurwerk krijgt hij soms het verzoek om vuurwerk te testen voor een politiezaak. In de meeste gevallen gaan de aanvragen van de politie om onderzoek van vermeend illegaal vuurwerk, om te controleren of het explosief aan de wetgeving voldoet. “We testen ongeveer vijf keer per jaar vuurwerk voor strafrechtelijk onderzoek”, vertelt Rikus. Bij de rest van de circa tachtig aanvragen door de politie wordt in beslag genomen vuurwerk aan de wet getoetst op basis van de hoeveelheid en samenstelling van de lading en het type vuurwerk. Hierbij onderzoeken we circa tweehonderd verschillende soorten vuurwerk. “De daarvoor in beslag genomen partijen worden op één plek verzameld. Meestal kunnen we op basis van de lading en de opbouw de uitwerking al bepalen. Alleen de onbekende soorten pikken we eruit om af te steken.” Hiervan maken de testers meteen filmopnames, want die beelden kunnen handig zijn voor gebruik bij interne opleidingen.

Monsters

Veruit de meeste testen doen de medewerkers Explosieven in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen VROM). ”Het ministerie stuurde ons afgelopen jaar zo’n 54 onderzoeksaanvragen,” vertelt Rikus, “in 2009 testten we 2.668 stuks vuurwerk om partijen te controleren.” Per type vuurwerk worden losse stukken vuurwerk getest, vorig jaar waren dat er 483. Bij elkaar opgeteld (de vijf strafrechtelijke tests, de 2.668 partijcontroles en de 483 indicatieve tests) testte het vuurwerkteam in 2009 dan ook 3.156 stuks vuurwerk.

Mortierbommen

De informatie die het NFI uit de strafrechtelijke onderzoeken en het afsteken van vuurwerk haalt, wordt gebruikt voor deskundigenverklaringen. De politie kan deze verklaringen van het Vuurwerkloket van het NFI ophalen voor hun proces-verbaal. Het Vuurwerkloket is een databank met gegevens over vuurwerk dat bij het NFI in onderzoek is of al door het NFI is onderzocht. Op dit moment staan daar negentig soorten knalvuurwerk met lont in en veertien soorten mortierbommen, ook wel shells genoemd. Wanneer een zaak is afgerond, worden de onderzoeksgegevens verwerkt in een algemene verklaring. Een algemene verklaring is een beschrijving van een type vuurwerk, bedoeld als informatie voor politiemedewerkers. Zaakspecifieke informatie is daar uitgehaald.

Het testen van vuurwerk gaat voor Rikus en zijn team van het Vuurwerkloket nog even door; voorlopig is er voor hen geen rust. De strafrechtelijke onderzoeken zorgen ervoor dat ze nog zeker tot medio april hun handen vol hebben aan vuurwerk.

Het digitale Vuurwerkloket is te raadplegen via Politie Kennis Net.