Dagboek: Handboek voor forensische kinderpathologie
Door een vliegtuigongeluk werd ze twintig jaar geleden gegrepen door de pathologie. Nu IS Vidija Soerdjbalie-Maikoe (40) één van de twee forensisch kinderpathologen die ons land rijk IS. BEGIN april verscheen het handboek ‘Forensisch pathologisch onderzoek bij minderjarigen’.
Maandag 22 maart
Ik buig me over de drukproeven van het handboek over forensische secties bij minderjarigen. Samen met Lynn Meijerman controleer ik de getallen die zij tot statistieken voor het boek heeft verwerkt. Tussen 1996 en 2009 zijn er bij het NFI 688 secties op minderjarigen verricht. Bij 63% was sprake van een niet-natuurlijke doodsoorzaak. Bij 20% was sprake van een natuurlijke doodsoorzaak en IN 17% van de gevallen IS geen doodsoorzaak gebleken (onverklaard overlijden, bijvoorbeeld door wiegendood). Per jaar verrichten mijn collega Ann Maes en ik gemiddeld 40 tot 60 secties, dat IS 10% van het totaal aan secties bij het NFI.
Bij forensische secties moet je werken volgens de voorschriften. Dat waarborgt intercollegiale toetsing en biedt de mogelijkheid voor een contra-expertie. Als je een lichaamsdeel niet volgens de instructies onderzoekt, zou het lichaam IN theorie opgegraven moeten worden om dat alsnog te doen. Dat betekent nogal wat.
Ik vind dat elke deskundige die zich bezighoudt met postmortaal onderzoek bij minderjarigen, over voldoende forensische kennis moet beschikken. Alleen dan kunnen forensische aspecten gesignaleerd worden en stappen worden genomen om alsnog forensisch onderzoek te doen. Daarom ook dit handboek: ik wil kennis delen met (kinder)pathologen, forensisch artsen en een ieder die te maken heeft met postmortaal onderzoek bij minderjarigen. Toen ik IN januari 2005 bij het NFI kwam werken, was er nog geen protocol voor forensische secties bij minderjarigen. Ann Maes was tot die tijd de enige kinderpatholoog bij het NFI en had daar de tijd niet voor.
Dinsdag 23 maart
Mijn vaste vrije dag. Ik heb kinderpiketdienst dus mijn telefoon blijft aan. Dienst betekent bereikbaar zijn, 24 uur per dag, zeven dagen per WEEK, twee weken per maand. Daarnaast heb ik nog de gewone piketdienst van één WEEK. Zo ben ik dus iedere maand drie van de vier weken gebonden aan de zaak. Als de sectie meteen moet plaatsvinden, moet ik naar het NFI. Op mijn vrije dag op mijn motorfiets naar het zuiden voor een kop koffie, dat zit er dus niet IN. Ach ja, ik vind het een prachtig vak en daarom doe ik het. Op mijn vrije dag breng ik de ochtend doorgaans door met vakliteratuur. Als specialist ben je nooit uitgeleerd. Ook publiceer ik af en toe, zoals vorige WEEK een artikel IN Forensic Science International. Tijdens werktijden kom ik hier niet aan toe. ’s Middags stap ik toch op mijn motorfiets, op zoek naar een lekkere Hollandse haring. Ik blijf wel IN de buurt.
Woensdag 24 maart
De forensisch adviseur belt, vanavond heb ik een forensische sectie op een minderjarige. Bij minderjarigen IS postmortaal onderzoek van het beenderstelsel uiterst belangrijk. Botbreuken kunnen duiden op mishandeling. Bij dit kind IS er bij lijkschouw geen duidelijke doodsoorzaak gebleken, een reden om te denken aan een eventuele onderliggende ziekte. Er moet meteen vanavond materiaal uitgenomen worden. De contaminatie door postmortale veranderingen moet beperkt blijven. Dat betekent vanavond eerst naar het Groene Hart Ziekenhuis IN Gouda, waar vaak beeldvormende diagnostiek wordt gedaan. Ik ga mee, omdat ik samen met de radioloog de beelden wil bekijken. Aansluitend moet ik gebroken botten uitnemen bij de sectie IN het NFI. Het wordt dus een latertje. Bij zaken waarbij sprake IS van vele letsels, zoals bij messteken, ben ik soms wel acht uren bezig. Dit IS geen negen tot vijf-baan.
Om elf uur ’s avonds verlaat ik samen met de twee technisch assistenten en de fotograaf het gebouw.
Donderdag 25 maart
Het IS donderdag en dus IS er sectiebespreking. Ik bespreek onder andere de sectie van gisteravond met collega’s. Daarnaast doe ik de administratie van deze zaak. Ik zet de consulten voor gedelegeerde onderzoeken uit. Na elke kindersectie volgt uitgebreid microscopisch onderzoek. Er worden gemiddeld tachtig coupes gemaakt van weefselstukjes. Nadat alle onderzoeken zijn afgerond, maak ik een definitief sectierapport op. Het opmaken van zo’n rapport duurt gemiddeld een paar werkdagen. Soms word ik als getuige-deskundige opgeroepen. Dan word ik IN de rechtbank gehoord als deskundige. Soms wordt me gevraagd de casus te presenteren met een POWER- POINT presentatie. Die moet ik bijvoorbeeld vanmiddag nog IN elkaar zetten.
Vrijdag 26 maart
Ik BEGIN de dag met het bestuderen van de coupes. Ik leer nog van elke casus. Sinds mijn eerste studiejaar geneeskunde ben ik gegrepen door de pathologie. IN 1989 vond bij Zanderij, op ongeveer een uur van Paramaribo, een groot vliegtuigongeluk plaats. Er vielen 178 dodelijke slachtoffers, de grootste vliegtuigramp ooit IN Suriname. De medische faculteit IN Paramaribo, waar ik destijds student was, moest ontruimd worden voor het bergen van de slachtoffers. Als student mocht ik meehelpen, bijvoorbeeld door lichamen koel te houden met enorme ijsblokken en materiaal uit te nemen ten behoeve van identificatie. Ik was niet bang, zat er juist met mijn neus bovenop. Na al die jaren heb ik er nog steeds geen moeite mee om dit werk nuchter en objectief te doen. Natuurlijk neem ik als mens ook mijn gevoel mee. Babbelen met collega’s helpt goed. Maar daarbuiten IS het soms lastig, vooral de mediagevoelige zaken. Familie en vrienden weten dat ik ermee IN aanraking kom. Toch kan en wil ik er niets over zeggen. Ik zie veel, vaak verschrikkelijke dingen, die minderjarigen maar ook volwassenen zijn aangedaan. Gelukkig laat ik alles achter me, als ik aan het eind van de werkdag de deur achter me dicht trek. Maar er kan een punt zijn dat ik er niet meer tegen kan. En dan zal ik misschien wat anders moeten gaan doen!
Het boek IS 8 april uitgereikt op de Nederlandse pathologendagen.

Innovatiehoek