Rubriek Dagboek NFI-Info 5 2009: Met OPEN armen ontvangen
Martin Oosting begon half oktober als forensisch adviseur op Bonaire. Nog voor zijn eerste werkdag begon, werd zijn hulp ingeroepen bij een vliegtuigongeluk en een steekpartij.
Woensdag 14 oktober
Vlak voor de kust bij Kralendijk stort een laagvliegend transportvliegtuigje neer. De twee passagiers zijn op slag dood en komen samen met meer dan vierhonderd kilo drugs IN zee terecht. Ik word meteen bij de zaak betrokken. Een groot team haalt de slachtoffers en de drugs uit zee. De identificatie van de zwaar verminkte lichamen voer ik uit met twee technisch rechercheurs en een Nederlandse huisarts die de politie vaker assisteert. Er IS geen patholoog op het eiland, het IS de eerste keer dat de arts - op mijn aanwijzingen - een stuk bot uit het bovenbeen neemt. Dat gaat voor identificatie naar het NFI. Er IS veel behoefte om kennis te ontwikkelen, merk ik. Ook de wil om forensisch onderzoek naar een hoger plan te tillen IS duidelijk aanwezig.
Donderdag 15 oktober
De afwikkeling van een drugsvangst IS IN handen van de politie van Bonaire. Samen met de Koninklijke Marechaussee vissen zij 450 pakken drugs uit zee. Door het afnemen van monsters IS vastgesteld dat het om cocaïne gaat. Een zwaarbewaakte colonne brengt de enorme vangst, met een straatwaarde van meer dan zestien miljoen euro, naar de vuilstortplaats. Sluipschutters staan om de tien meter opgesteld op de heuvels eromheen. De pallets worden met benzine overgoten en verbrand. De marechaussee blijft tot zeker IS gesteld dat niemand er ooit meer wat aan heeft.
Zaterdag 17 oktober
Vannacht vond een steekpartij plaats IN Rincon. Twee mannen kregen ruzie om een vrouw, dat heeft de dood van één van hen tot gevolg. ’s Ochtends belt de politie mij. Nu ik hier ben, weten ze me te vinden. Uitgebreid PD (Plaats Delict) management – het afzetten van de plek, alle sporen veiligstellen - IS hier nog niet gangbaar. Ik kan advies uitbrengen over het vastleggen van gegevens. Kennisoverdracht behoort ook tot één van mijn taken. Voor een team van zestig agenten en twee technisch rechercheurs IS er veel werk op Bonaire. Het eiland telt weliswaar maar vijftienduizend inwoners, er zijn standaard vijftienhonderd toeristen aanwezig en nog eens duizenden Amerikanen van de cruiseschepen die het eiland wekelijks aandoen. Nu Bonaire de STATUS van Nederlandse gemeente krijgt, kan het korps naar honderd man groeien.
Maandag 19 oktober
Vandaag leg ik officiële bezoeken af. De Nederlandse korpschef en de Officier van Justitie ontvangen me met OPEN armen. Ze willen mijn kennis en ervaring graag gebruiken om te professionaliseren. ’s Ochtends houd ik een presentatie. IN de nieuwbouw IN aanbouw bij het politiebureau IS een fitnessruimte gepland. Ik adviseer die ruimte IN te ruilen voor een gescheiden onderzoeksruimte, voor gevoelig forensisch materiaal. Binnen vijf minuten IS iedereen overtuigd van de noodzaak. Nog geen seconde heb ik het gevoel dat ze denken ‘Daar heb je er weer zo één die ons wat komt vertellen’.
Dinsdag 20 oktober
Een schietpartij IN de haven tussen twee Mexicanen. We stellen het onderzoek IN. Ondertussen komt ‘thuis’ de container met onze privéspullen uit Nederland aan. Mijn vrouw moet het zonder mij stellen vandaag en regelt het allemaal IN haar eentje.
Donderdag 22 oktober
Groot alarm: een vliegtuig van de vaste eilanddienst geeft via de radio door een noodlanding te moeten maken. Negen passagiers en een piloot zijn aan boord. De politie heeft slechts één boot en roept duikscholen op om mee te helpen bij de reddingsactie. De piloot maakt vlak voor Klein Bonaire een perfecte waterlanding. Alle passagiers komen heelhuids IN zee en worden binnen vijf minuten gered. Het noodlot wil dat de piloot als enige verongelukt. Met vliegtuig en al zinkt hij naar de bodem, tweehonderd meter lager. We verzamelen nog net wat stukken van het vliegtuigje, om het onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk IN te stellen. Het IS schrikken voor iedereen, het IS de eerste keer IN acht jaar dat een lijnvliegtuigje verongelukt.
Ondanks de hectiek heb ik toch al na twee dagen op het eiland mijn tempo aangepast. Het IS hier zo warm dat je wel moet. Gelukkig ligt ons huis op honderdvijftig meter van zee; aan het eind van de dag ben ik met mijn vrouw aan het strand te vinden.

Innovatiehoek