Het getal: Schietbaan
45 meter is de langste schietbaan op de begane grond van het NFI. De baan is getest op het grootste kaliber geweer dat in de kluis ligt: de .338 Lapua Magnum. De kogel daarvan weegt ongeveer 17,5 gram. Het wapen, uitermate geschikt voor sluipschutters, schiet tot op de centimeters nauwkeurig over een afstand van 800 meter. Het NFI heeft trouwens 2 schietbanen. Op de korte schietbaan staat een watertank van 2,40 meter waarin kogels uit wapens kunnen worden afgevuurd. Langer is niet nodig, want een kogel remt in water na 50 centimeter zover af dat hij niet meer dodelijk is.
Een kogel verlaat de huls onder een druk van ongeveer 2000 bar. Ter vergelijking: in een autoband zit ongeveer een druk van 2 bar. Ze vliegen dan ook hard: uit een pistool 350 tot 400 meter per seconde (zo’n 1.000 kilometer per uur). Voor een geweer is dat tussen de 700 en 900 meter per seconde, bijna 3.000 kilometer per uur.
Het kleinste kaliber op deze baan getest, is een 2 millimeter kogel uit een Berloque-pistool. Meest voorkomende munitie die het NFI onderzoekt, is 9 millimeter Parabellum (in 1902 ontworpen door Georg Luger). Meest bijzondere wapen in de collectie van het NFI was de Tula Tokarev TTR 3 (een Russisch pistool). Daarvan waren er op het westelijk halfrond maar 2 bekend, 1 in Amerika en 1 bij het NFI. Het wapen is in 2000 aan het Legermuseum in Delft overgedragen.
In de kluis van het NFI zijn momenteel 2374 wapens ingeschreven. Jaarlijks neemt de politie 14.000 wapens in beslag. Een klein deel daarvan, namelijk wapens die bewijsstuk zijn in zaken, komt bij het NFI voor onderzoek terecht. Er zijn ongeveer 80.000 patronen in voorraad bij het NFI, van alle soorten minimaal 2 doosjes. Benno Jacobs en zijn collega’s schieten voor onderzoek met ongeveer 150 wapens per jaar. Daarbij vuren ze minimaal 4 proefschoten per vuurwapen af.
Met dank aan Benno Jacobs, forensisch vuurwapen- en munitiedeskundige bij het NFI.

Innovatiehoek