Dagboek: Vingersporenonderzoek in ontwikkeling
Marcel de Puit leidt het vingersporenonderzoek bij het NFI. Hij en zijn collega’s zijn constant bezig met nieuwe onderzoeksmethoden om vingerafdrukken te identificeren. “Zelfs bij een incompleet vingerspoor kunnen we een uitspraak doen over de waarschijnlijkheid van overeenkomst met een verdachte.”
Maandag 13 september
Vandaag leg ik de laatste hand aan de twee lezingen die ik volgende week ga houden. Samen met ENFSI (European Network of Forensic Science Institutes) organiseren we in Delft een Europees congres over vingersporen. Uiteraard zal er veel aandacht zijn voor WOVI (Wetenschappelijke onderbouwing Vingersporen Individualisatie), het onderzoeksproject naar de identificatie van vingersporen waaraan we sinds 2004 werken. De belangrijkste winst van onze onderzoeksmethode: sporen die eerst niet voldeden aan de normen, kunnen we nu wel gebruiken. Een vingerafdruk heeft 50 tot 150 zogenoemde Galton-punten of herkenningspunten. In plaats van twaalf punten volstaan nu vijf of meer punten om een vingerspoor toe te kennen aan een individu. Zelfs bij een incompleet vingerspoor kunnen we een uitspraak doen over de waarschijnlijkheid van overeenkomst met een verdachte.
Dinsdag 14 september
Met een collega van de NFI Academy werk ik aan een opleidingsplan voor de dactyloscopisten of vingerspoordeskundigen bij de politie. Het is ècht een pittig traject dat doorlopen moet worden om de nieuwe methode eigen te maken. Maar dat levert ook veel op. Omdat voorheen onbruikbare vingersporen nu wél een indicatie geven over de kans op een ‘match’ met een verdachte, kan de politie in een eerder stadium gerichter rechercheren. Een verdachte kan eerder in beeld zijn en andere verdachten vallen daardoor af. Zelf kunnen we vierhonderd onderzoeksaanvragen per jaar doen. Het NFI voert voornamelijk grote onderzoeken uit. ‘Kleinere’ zaken kan de politie goed zelf uitvoeren.
Woensdag 15 september
Werkoverleg met onze afdeling. Gemiddeld ronden wij wekelijks negen onderzoeksaanvragen af, de 'core business' van ons team. We bespreken kort de eerste testzaak die we binnenkort gaan doen in een ander baanbrekend vingersporenonderzoek. Samen met onderzoekers van een gespecialiseerd instituut, AMOLF in Amsterdam, hebben we experimenten uitgevoerd om vingersporen op moleculair niveau zichtbaar te maken. De eerste resultaten zijn veelbelovend: vingersporen die slechts gedeeltelijk te zien zijn, kunnen we met elektronenbundels zichtbaar maken.
Donderdag 16 september
Ik begin de ochtend met een sollicitatiegesprek: er komt een promovendusplek vrij bij het WOVI-onderzoek. Omdat de wijze van objectivering heel anders is, moet er een nieuwe databank komen om het bewijsmateriaal op te slaan. De promovendus gaat in december ook aan de slag met het combineren van bewijs. Stel, je hebt twee sporen van lage bewijswaarde: een vingerspoor en een DNA-spoor. Levert de combinatie van beide sporen een hogere bewijswaarde op?
Vrijdag 17 september
Ook voor officieren van justitie en rechters is de WOVI-methode nieuw. We willen graag uitleggen waarom dit een goede tool is en hoe deze tool een rol kan krijgen binnen de keten. Met collega’s van onze onderzoeksgroep en de politie overleg ik de hele ochtend hoe we dit het beste naar buiten kunnen brengen. We willen voorkomen dat de methode geen ondersteuning vindt omdat mensen hem niet begrijpen. Naast de toepassing in de opsporingfase van een gerechtelijk onderzoek is WOVI ook een nuttig instrument in de bewijsvoering: we geven de bewijskracht van een vingerspoor een numerieke waarde.

Innovatiehoek