Foto: Forensische Sfeerimpressie

Blik van buiten: “Zonder fundamenteel onderzoek geen vooruitgang”

Foto: “Zonder fundamenteel onderzoek geen vooruitgang”

Met financiële steun van het NFI ontwikkelt het Erasmus Medisch Centrum nieuwe forensische onderzoeksmethoden en -technieken. Zoals een test waarmee de oogkleur van een DNA-donor kan worden bepaald.  Professor Manfred Kayser is blij met de directe betrokkenheid van het NFI.

Kayser komt oorspronkelijk uit Duitsland en deed onderzoek in Berlijn, Oxford, Leiden, Leipzig en in de VS. Sinds 2004 geeft hij leiding aan de afdeling Forensische Moleculaire Biologie bij het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, die bestaat uit ongeveer 15 medewerkers. De samenwerkingsovereenkomst tussen het NFI en het Erasmus MC startte eind 2002 met het doel nieuwe genetische en moleculair-biologische onderzoeksmethoden en -technieken te ontwikkelen. Kayser begon in 2004 met het opzetten van de afdeling. De actieve ondersteuning van fundamentele wetenschap door het NFI ligt niet voor de hand, stelt hij. “In omringende landen zijn forensische instituten meer afwachtend. Ze borduren voort op interessante wetenschappelijke onderzoeksresultaten, maar zetten deze zelden zelf in gang. Het NFI begrijpt dat fundamenteel onderzoek nodig is om tot vooruitgang te komen.”
De samenwerking gaat verder dan het financieren van de onderzoeksgroep. Ook de tests die uit de research voortkomen, worden in samenspraak met het NFI ontwikkeld. Waarna het NFI actief betrokken is bij de forensische validatie van de methode. “Blijkt de test voldoende betrouwbaar, dan heeft dit als bijkomend voordeel dat de NFI’ers al weten hoe ze ermee moeten werken.”

Spuug

Een belangrijke onderzoeksvraag voor Kayser en zijn onderzoekers is welke genetische factoren uiterlijke kenmerken bepalen. Inmiddels achterhaalden zij dit voor oog- en haarkleur en leeftijd. Ook de geografische afkomst van de dader kan worden vastgesteld. In een enkel geval werkt de onderzoeksgroep ‘on demand’. “Zo wilden NFI-onderzoekers bij een bloedspoor weten of er sprake was van zwangerschap. Standaardtests werken niet op oude, kleine bloedvlekken. Wij ontwikkelden een alternatieve test op basis van genactiviteit.”
Het verbeteren van de bepaling van de cellulaire oorsprong van monsters is een ander aandachtsgebied. “Vaak is het DNA-profiel goed, maar weet de bemonsteraar niet precies wat het is: bloed, spuug of sperma. De bestaande test geeft altijd een vermoedelijke uitkomst; wij ontwikkelden samen met NFI-onderzoekers een moleculaire test die meer zekerheid geeft.”
 “DNA kan op allerlei manieren op een wapen terechtkomen. Door de analyse van huidcellen kunnen we straks uitsluitsel geven of een verdachte het wapen écht heeft vastgehouden.” Kayser en zijn collega’s hebben ook een manier gevonden om mannelijke identificatie met behulp van Y-chromosoom analyse te verbeteren. Dit kan erg belangrijk zijn voor DNA analyse van mengsporen in verkrachtingszaken.

Samenwerking met onderzoeksgroepen

Voor fundamenteel onderzoek werkt het NFI nauw samen met een aantal universiteiten. Naast het Erasmus Medisch Centrum doen ook onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) mee aan het onderzoeksprogramma naar geografische afkomst van de donor van een DNA-spoor. Daarnaast werkt het NFI samen met de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Twee medewerkers van het NFI zijn benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.